Levensloop

Sinds ik me kan herinneren wilde ik fagot gaan spelen. Mijn grootvader speelde fagot, zijn 2 zoons (mijn ooms) speelde fagot en ik vond het een geweldig instrument.

Op 6-jarige leeftijd begon ik (samen met mijn tweelingbroer Frank) met AMV-lessen (Algemene Muzikale Vorming), iets wat een halve eeuw geleden heel gebruikelijk was.
Na 3 jaar blokfluit, liedjes zingen en druk doen tijdens de lessen mocht ik eindelijk een instrument uitzoeken. Dat moest uiteraard de fagot worden. Helaas had de vereniging (de Koninklijke Harmonie St. Cecilia uit Tegelen) maar 1 fagot en daar speelde een van mijn ooms op. Dus ik moest maar klarinet gaan spelen.
Dat ging vrij voorspoedig en op mijn 15e had ik HaFa-diploma's A, B en C.

Ondertussen werden Frank en ik gevraagd of we bij de bigband van de muziekschool saxofoon wilden komen spelen. Dat wilden we wel, maar dan moesten ze wel instrumenten voor ons hebben. Dat werd geregeld en vanaf een week later speelde we mee in de bigband. De stap van klarinet naar sax bleek niet heel problematisch te zijn.

Op m'n 15e stopte de fagot-oom met de fagot en ik eiste dezelfde dag het instrument op!
Na 2 weken intensief oefenen aan de hand van een grepentabel maakte ik mijn rentree bij de harmonie. Het allereerste stuk dat ik speelde in het orkest was "Fandango" van Frank Perkins en dit heb ik later als beroepsfagottist bij de KMKJWF nog regelmatig gespeeld. Het blijft voor mij een bijzonder muziekstuk :)
Na 4 maanden werd er een fagotdocent gevonden en kreeg ik mijn eerste fagotles.

Na diploma D voor fagot was de tijd rijp om met mijn Atheneum B diploma op zak naar het conservatorium te gaan.
Na 2 jaar conservatorium Maastricht, waar ik fagot en HaFaBra-directie studeerde, was ik door mijn fagotleraar aldaar zodanig gemotiveerd, dat ik mijn fagot aan de wilgen hing en aan de Nederlands-Duitse grens ging werken als declarant.

Na een jaar begon m’n muzikantenbloed toch weer op te spelen en deed ik toelating op het conservatorium in Arnhem, waar ik direct in het 3e jaar geplaatst werd. Joepie !
Hier kreeg ik fagotles van Ab Weegenaar, de toenmalige 1e fagottist van Het Gelders Orkest.
In het 5e jaar deed ik examen DM (Docerend Musicus) en vervolgde mijn studie met een jaar kamermuziek.

In het jaar dat ik examen DM deed, kwam er ook een vacature vrij bij de Johan Willem Friso Kapel in Assen.
Om een lang verhaal kort te maken: ik kreeg die baan en kon na een welverdiende zomervakantie direct in opleiding (want je wordt toch ook beroepsmilitair) om vanaf november 1993 daadwerkelijk mee spelen in de JWF Kapel.
Na een reorganisatie bij defensie zijn de landmachtorkesten opgeheven, waarna uit de groep musici 3 nieuwe orkesten zijn gevormd. Een daarvan is de Koninklijke Militaire Kapel “Johan Willem Friso” (KMKJWF) met als standplaats Assen.

In 2000 kocht ik via e-bay in Amerika een trombone voor $ 86 en begon voor mezelf daar wat op te toeteren. Na 3 jaar op eigen houtje wat aanklooien, belde ik de trombonedocent van conservatorium Groningen, Jilt Jansma, met de vraag of hij me les wilde geven, met als uiteindelijk doel ooit toelating te doen. Hij was wel in voor een experiment, nodigde me uit om een keer langs te komen om te laten horen wat ik kon en tot mijn verbazing vond hij dat ik wel toelating kon doen.
Van september 2003 t/m juni 2006 volgde ik de studie trombone klassiek aan het conservatorium van Groningen.

In oktober 2010 kocht ik een 6-snarige basgitaar waar ik, zoals gebruikelijk, flink mee aan de slag ging. In de jaren daarna speelde ik regelmatig bij orkesten/bigband op basgitaar mee met concerten.

Sinds een jaar of 4 speel ik ook bastuba (als lid bij Gruno's Postharmonie in Groningen) en word ik daarmee regelmatig ingehuurd door amateur harmonie- en symfonieorkesten. Hiervoor heb ik een mooie C-tuba gekocht.
Aangezien Gruno's Postharmonie ook marcherend speelt op straat, heb ik een sousafoon die ik dan gebruik.

Mijn meest recente project is de ophicleïde. Een aantal maanden geleden kreeg ik van een oud-tromboneleerling een ophicleïde in C. Ik was erg verrast hierdoor, maar het bood me een geweldige uitdaging om een heel bijzonder instrument te gaan bespelen. Afgelopen maanden heb ik dus uitgebreid gezocht naar een goed mondstuk, want wat bij het instrument zat speelde wel redelijk, maar ik wilde een goed mondstuk. Dat heb ik uiteindelijk gevonden bij Jérôme Wiss. Ondertussen begin ik het instrument al behoorlijk netjes onder de knie te krijgen, misschien ook omdat het instrument lijkt op een kruising tussen een fagot, een sax en een bastuba.

Op dit moment speel ik nog steeds als fagottist bij de KMKJWF.